Houtkant

Langs de poel kan een houtkant worden voorzien. Dit is een langgerekte, smalle strook met struiken en/of bomen die iets weelderig mogen groeien.

Vele houtkanten vallen onder houthakbeheer. Dit wil zeggen dat alle bomen en struiken tot op 10 cm van de grond worden ingekort. Bijna alle inheemse boomsoorten lenen zich wel tot hakhoutbeheer. Enkel Beuk, Berk, Zoete kers, Vuilboom en naaldbomen worden beter niet als hakhout beheerd omdat de groei van de scheuten moeizaam verloopt. De periode tussen twee beurten is afhankelijk van de groeisnelheid van de bomen. Trage groeiers worden om de 7 à 8 jaar afgezet, bij snelle groeiers (Gewone es en Wilg) mag dit om de 5 jaar. Een kortere omlooptijd is af te raden omdat je dan de plant gaat uitputten. Langer wachten levert scheurgevaar op, en bovendien zijn zwaardere takken moeilijker af te zetten.

Een andere mogelijkheid is het knotten van bomen. Het verschil met hakhoutbeheer is dat knotbomen een stam overhouden na een knotbeurt. In het eerste groeiseizoen van knotbomen moeten de uitlopers langs de stam verwijderd worden. Pas in de derde of vierde winter wordt de boom voor het eerst geknot. Daarna gebeurt dit met tussenperioden van ongeveer 6 jaar (knoteiken met tussenperiodes van 10 tot 15 jaar).

Knotten en hakken kunnen als de bomen geen bladeren meer bezitten en als het niet vriest, meestal tussen november en maart. Bepaalde soorten zoals Esdoorn en Wilde kerselaar zijn iets gevoeliger en worden best vóór januari geknot.

Zaag niet de volledige tak af, maar laat een stomp zitten. Probeer onder een kleine helling te zagen zodat het regenwater kan afvloeien.

Als je zowel traag- als snelgroeiende bomen wil aanplanten, zorg er dan voor dat de bomen gegroepeerd staan op groeisnelheid. Het geheel zal veel makkelijker te onderhouden zijn. Zet om dezelfde reden bomen in hakhoutbeheer en knotbeheer niet door elkaar.