Maaien van de oevervegetatie

Maaien is een jaarlijkse gebeurtenis. De beste periode om deze werken uit te voeren is september-oktober. In deze periode zijn bijna geen amfibieën meer aanwezig in de poel. Voor de dieren die er wel nog zitten, is de temperatuur hoog genoeg om zich alsnog te verplaatsen.

Hou tijdens het maaien met volgende zaken rekening:

-     Ga, indien de oppervlakte het toestaat, manueel te werk of maak zo min mogelijk gebruik van machines. Het is arbeidsintensiever en vraagt meer tijd, maar is tevens selectiever, goedkoper en milieubewuster. Maaien doe je dus met een sikkel, zeis of kantmaaier.

-     Planten die je wenst te behouden, maai je boven het waterniveau om inrotting te vermijden. Planten die de poel domineren (riet, lisdodde), maai je onder het waterniveau, zo lopen de holle stengels vol water waardoor de plant afsterft. Exoten zoals waterteunisbloem, grote waternavel en parelvederkruid moeten volledig verwijderd worden.

-     Maai nooit de gehele oeverlijn in één keer, maar laat telkens de helft tot een derde van de planten staan tot het volgende jaar. Best behoud je altijd een deel van de planten aan de noordkant (dit is de warmste oever). De aanwezigheid van vegetatie aan deze zijde is voor amfibieën belangrijk omdat zij er hun eieren afzetten.

-     Om achtergebleven dieren een overlevingskans te bieden, kan je het maaisel een paar dagen op de oever laten liggen. Dit geeft de dieren de kans om de weg naar het water terug te vinden. Na enkele dagen kan het maaisel naar de composthoop of het containerpark worden afgevoerd.