Boerenzwaluw

De grootste en sierlijkste zwaluw

De boerenzwaluw is onze grootste zwaluwsoort. Kenmerkend voor deze makkelijk te herkennen, sierlijke vogel is zijn lange, diepgevorkte staart en zijn rode keel, kin en voorhoofd. De rug is glanzend blauwzwart en de buik roomkleurig met een staalblauwe borstband.

Boerenzwaluwen hebben een sierlijke, snelle en vooral zeer grillige vlucht. Meestal scheren de vogels heel laag over het land of wateroppervlak.

De boerenzwaluw is de enige inheemse vogel die geheel vrijwillig ‘binnenshuis’ zijn vrolijk, kristalhelder kwetterliedje komt zingen. Boerenzwaluwen stralen opvallend veel energie uit en zitten voor zonsopgang vaak al langdurig druk te ratelen.

 

Van grotten naar stallen en schuren

Toen de mensen nog in grotten woonden, deed de boerenzwaluw dat ook. Als alternatief nestelen ze nu binnen gebouwen. Waar de huiszwaluw een voorkeur heeft voor stadsranden en dorpen is de boerenzwaluw een uitgesproken vogel van het platteland. De grote meerderheid van de boerenzwaluwen doen hun naam alle eer aan en broeden op boerderijen, waar ze hun nest maken in donkere gebouwen waar vee in staat. De boerenzwaluw heeft hierbij een duidelijke voorkeur voor stallingen van oude boerderijen waar de mestvaalt buiten ligt en de staldeuren open staan. Hier vliegen een hele hoop brom- en stalvliegen rond als smakelijke hapjes voor de hongerige jongen. Ook boerenerven met open waters in de buurt zijn gegeerd.

 

Formidabele insectenbestrijders

Boerenzwaluwen zijn rasechte insecteneters, die zeer efficiënt zijn in het achtervolgen van hun prooi. Op jacht naar vliegende en rondzwevende insecten schieten boerenzwaluwen met pijlsnelle wendingen als acrobaten door de lucht. Hun brede bek fungeert daarbij als vangnet. Bij slecht weer jagen ze laag boven de grond. Bij mooi zomerweer zie je ze schijnbaar moeiteloos hoog in de lucht zweven; altijd dáár waar de meeste insecten zijn.

Eén boerenzwaluw eet wel 50.000 vliegen, muggen en andere insecten per week! Milieuvriendelijker insectenbestrijders bestaan er niet…

Drinken doen boerenzwaluwen in volle vlucht, rakelings scherend over het wateroppervlak.

 

Vroege vogel

De boerenzwaluw is de eerste zwaluw die na de winter in onze streken terugkeert. Reeds in de tweede helft van maart kun je hier boerenzwaluwen aantreffen die druk in de weer zijn met de bouw van een nest. De terugkeer bereikt zijn hoogtepunt halfweg de maand april.

Aan het eind van het broedseizoen verzamelen boerenzwaluwen in heel grote groepen en slapen ze soms met duizenden in rietvelden, maïsvelden of wilgenbroekbossen.

De najaarstrek kan al beginnen in de eerste helft van augustus, maar de meeste vogels vertrekken in september en begin oktober. Boerenzwaluwen overwinteren over een heel groot gebied, vanaf Marokko tot Zuid-Afrika. ‘Onze’ broedvogels overwinteren vooral in West en Centraal Afrika.

 

Een nest van modder

Marcel VosBoerenzwaluwen die de barre tocht naar en van Afrika overleefd hebben, keren jaar na jaar trouw naar dezelfde broedplaats terug. Meestal wordt het oude nest hersteld en opnieuw door hetzelfde zwaluwpaar in gebruik genomen. Dat spaart heel wat tijd en energie!

Wanneer hergebruik van een oud nest niet mogelijk is, bouwen het mannetje en vrouwtje samen het schotelvormig of kwartbolvormig, open nest van wel 2000 piepkleine kluitjes modder. Die plakken ze met speeksel laagje voor laagje aan elkaar. Voor de stevigheid wordt het bouwsel met grasjes, strootjes en zelfs paardenhaar doorweven. De binnenkant wordt bekleed met strootjes en veren. Als steunpunt voor het nest wordt in de regel één of ander uitsteeksel gebruikt.

Hoewel één stalling vaak meerdere broedkoppels huisvest zijn boerenzwaluwen veel minder uitgesproken kolonievogels dan de overige zwaluwsoorten.

De boerenzwaluw heeft meestal twee, maximaal drie broedsels per jaar. Elk broedsel bestaat uit 4 tot 5 eieren. Na 2 weken broeden komen de jongen te voorschijn. Reeds na drie weken zijn de jongen vliegvlug en verlaten ze het nest. Na het uitvliegen zitten de jongen vaak op een draad, tak of richel om voedsel te bedelen.

 

Onrustwekkende achteruitgang

Het gaat niet goed met de boerenzwaluw in Vlaanderen. De populatie wordt nu geschat op 20 à 30.000 broedparen tegenover 200 à 300.000 in het begin van de jaren zeventig.

Deze dramatische achteruitgang van ongeveer 90 procent in 35 jaar is te wijten aan een combinatie van factoren.

De schaalvergroting en intensivering van de landbouw in onze streken is een belangrijke reden voor de achteruitgang van de boerenzwaluw in onze streken. Veel van de kleine gemengde familiebedrijven zijn gestopt en vervangen door industriële veehouderijen met moderne stallingen die veel minder geschikt zijn als broedplaats voor boerenzwaluw.

Ook het gebruik van insecticiden is één van de redenen voor de steile achteruitgang van het aantal broedende boerenzwaluwen in Vlaanderen. Boerenzwaluwen zijn voor hun voeding en het grootbrengen van hun jongen immers volledig aangewezen op insecten.

Andere oorzaken voor de achteruitgang van de boerenzwaluw moeten we zoeken in het overwinteringsgebied. Vaak genoemde factoren zijn het groter worden van de Sahara en de droogten in Zuidelijk Afrika. Ook de talrijke gevaren tijdens de trek zijn een belangrijke reden voor de achteruitgang van de boerenzwaluw.