Vloeibeheer in Nationaal Park Scheldevallei

Landschap



Delen

Over dit project

Wist je dat meersen en beemden voortkomen uit een eeuwenoude landbouwpraktijk? Door het bewust laten onderstromen van graslanden met getijdenwater konden onze voorouders rekenen op meer grasopbrengst voor hooi als voeder voor lokaal vee en paarden in de transportsector en het leger. Ontdek via dit project alles over deze bijzondere landbouwtechniek!

Projectinfo

  • Wanneer? 1/10/2026 tot en met 30/06/2028
  • Waar? Scheldevallei
  • Meer weten? Contacteer Jan Maertens via jan@rlsd.be. 
  • Partners? IOED Schelde-Durme, Nationaal Park Scheldevallei, Universiteit Gent, Centrum Agrarische Geschiedenis, Erfgoedcel Dijk92, Polder tussen Schelde en Durme, INBO, vzw Durme, Natuurpunt afdeling Scheldeland, Heemkring Erfgoed Zele, Heem- en Oudheidkundige Kring Berlare, Heemkundige kring Waasmunster en Gemeentelijk museum Waeseum, Geopark Schelde Delta, Provincie Oost-Vlaanderen

Van vergeten landbouwpraktijk tot inspiratie voor biodiversiteit en klimaatadaptatie

Het hart van Nationaal Park Scheldevallei ontwikkelde zich door de eeuwen heen tot een uniek cultuurhistorisch landschap dankzij graslandbevloeiing met getijdenwater. Nergens anders in Vlaanderen of Europa vond je deze bijzondere landbouwpraktijk.

Terwijl in andere regio’s zoetwaterbevloeiing langs beken en kanalen gebruikelijk was, kon men in de Schelde- en Durmevallei enkel gebruik maken van de natuurlijke dynamiek van eb en vloed van het Scheldewater. Deze techniek waarbij graslanden bewust werden overstroomd in het winterhalfjaar en soms ook kort bij het begin van de zomer zorgde voor een hoge en stabiele grasopbrengst en speelde een cruciale rol in de lokale economie. Het hoogwaardige hooi dat hiermee werd geproduceerd diende niet alleen als wintervoeding voor lokaal vee maar ook als voeder voor paarden in de transportsector en het leger. 

Tot kort na de Tweede Wereldoorlog was deze praktijk weidverspreid. De opkomst van kunstmest, mechanisatie en vervuiling van rivieren maakten er een einde aan.

© André Verstraeten

Bevloeide Kalkense Meersen - 1966

© Familie G. Staes
© Familie G. Staes

Oorsprong

Deze praktijk gaat terug tot de 11de - 13de eeuw, toen een groeiende bevolking de vraag naar voedsel deed toenemen. Langs de Schelde en Durme legden onze voorouders dijken aan en werden de oorspronkelijk extensief gebruikte rivierbossen omgevormd tot bevloeibare graslanden. Deze graslanden kon je tweemaal per jaar maaien, wat resulteerde in meer hooi, meer vee en uiteindelijk meer mest voor de akkers – een essentiële voorwaarde voor de verhoging van landbouwproductie. Naast bemesting had vloeibeheer ook andere voordelen zoals de verbetering van de bodemstructuur, bescherming van het gras tegen vorst en bestrijding van ongewenste planten en dieren.

Hoewel de praktijk ondertussen verdwenen is, zijn er vandaag nog steeds sporen van de graslandbevloeiing zichtbaar in het landschap. Denk bijvoorbeeld aan sloten, lage ‘vloeidijkjes’ en watersystemen die de toevoer en afvoer van water regelen. Ook vlasrootputten aan de binnendijkse zijde en schorren die nu palen aan- of deel uitmaken van gecontroleerde overstromingsgebieden herinneren nog aan deze historische praktijk.

Projectgebied

Dit project focust zich voornamelijk op het werkingsgebied van Nationaal Park Scheldevallei, waar de graslanden (in Oost-Vlaanderen bekend als ‘meersen’, in Antwerpen als ‘beemden’) zich bevinden waar het historisch vloeibeheer plaatsvond. Dit gebied omvat het Vlaamse deel van het stroomgebied van de getijdenrivieren van het Schelde-estuarium: de Zeeschelde, de Durme en de Rupel en omvat gemeente Berlare, Dendermonde, Hamme, Laarne, Lokeren, Temse, Waasmunster, Wetteren, Wichelen en Zele (Provincie Oost-Vlaanderen), Bornem, Puurs-Sint-Amands, Rumst en Willebroek (Antwerpen). 

Het project binnen RLSD focust zich op het historisch vloeibeheer in de Scheldebroeken. Dit gebied situeert zich langsheen de linkeroever van de Schelde in Zele, Berlare en Wichelen. 

Doelstellingen van het project

De laatste getuigen die de praktijk van graslandbevloeiing met getijdenwater nog hebben meegemaakt zijn ondertussen veelal (hoog)bejaard. Hun kennis rond lokale technieken, waterbeheer en landschapsgebruik dreigt verloren te gaan. Via dit project willen we deze getuigenissen veiligstellen voor de toekomst en koppelen aan wetenschappelijke inzichten én deze voor voor velen onbekende cultuurhistorische praktijk onder de aandacht van het brede publiek brengen.

Doelstellingen:

  • Optekenen en concerveren van interviews met getuigen
  • Archiefonderzoek
  • Landschapsanalyse
  • De ontwikkeling van een educatieve brochure rond de historische, agrarische, landschappelijke en ecologische context van het vloeibeheer
  • De realisatie van een luisterwandeling in de Scheldebroeken in Zele en Berlare 
  • De organisatie van een opleiding voor gidsen rond vloeibeheer met getijdenwater
  • De organisatie van begeleide wandelingen 
  • De organisatie van een workshop zeisen. Hooien van graslanden gebeurde tot in de jaren 1940 immers met de zeis. Voor waardevolle percelen is dit nog steeds een meerwaarde.
  • De organisatie van een slotevent

Via dit project willen we niet enkel dit haast vergeten waardevol cultureel immaterieel erfgoed reconstructeren, maar ook de ecologische en landschappelijke waarde van vloeimeersen onder de aandacht brengen. Vloeimeersen herbergen namelijk een rijke biodiversiteit en spelen een cruciale rol in waterbuffering, koolstofopslag en sedimentvastlegging. Bovendien kunnen ze een inspiratie zijn voor moderne toepassingen in klimaatadaptatie en duurzaam landschapsbeheer.

Partners

Dit project wordt mogelijk gemaakt dankzij financiële steun van Provincie Oost-Vlaanderen.

Misschien vind je dit ook interessant:

Alle projecten
© RLSD
Samenwerken
© Tim Delmoitie
Alles over Goed Geknot
© Tim Delmoitie